Fenomenen die bij een whiplash een rol spelen
(Artikel in Whiplashrapport van Whiplash Stichting Nederland van
September 2000)
Bij een whiplash kun je een drietal typische fenomenen onderscheiden.
Deze fenomenen kun je verklaren als je whiplash beschouwt als een
aandoening van de hersenstam, om precies te zijn het peri-aquaductale
grijs in de hersenen. De aandoening kan gezien worden als een verandering
in het functioneren in deze structuur. De hersenstam is door de whiplash
overbelast waardoor er storingen ontstaan.
De hersenstam is een van de oudste structuren van de hersenen. Dit deel
van de hersenen is verantwoordelijk voor o.a. de slaap-waak cyclus, het
verwerken en doorgeven van signalen die binnenkomen via de zintuigen, de
energiehuishouding en het alarmeren van het lichaam bij gevaar.
Bij een verstoring van het functioneren van de hersenstam zijn er drie
typische fenomenen die voor de meeste mensen met een whiplash heel
herkenbaar zijn. Deze fenomenen kunnen aan de hand van drie beelden
worden omschreven:
· De overbelaste telefooncentrale
· De voortdurende alarmfase
· De marathonloper
De overbelaste telefooncentrale
Een van de typische fenomenen bij een whiplash is de grote variatie
van klachten. Bijvoorbeeld: de een heeft last van tintelingen in zijn
linkerarm, de ander heeft zware benen, de een heeft last van harde
geluiden, de ander van fel licht. Soms is het zelfs zo dat de klachten
bij een persoon van dag tot dag variëren. De ene dag heb je meer last
van je rug, de volgende van je schouders, etc. Wat algemeen is, zijn
de klachten in de nek en de hoofdpijn. Daar heeft bijna iedereen met
een whiplash last van.
Hoe is het nu te verklaren dat er een zo grote variatie van klachten is?
Als je whiplash beschouwt als een aandoening in de hersenstam dan
wordt een en ander duidelijk. De hersenstam ligt onderaan de hersenen
bij de overgang van het ruggenmerg naar je hoofd.
Alle zenuwen van je lijf geven hun informatie door naar deze regio en
de hersenstam zorgt voor de verwerking van deze informatie. Als je
bijvoorbeeld je teen stoot, wordt dit vanuit je teen doorgegeven naar
je hersenstam en die zorgt voor de verwerking van deze informatie naar
andere delen van de hersenen. Deze delen zenden een signaal terug voor
de adequate reactie, in dit geval terugtrekken van de voet. De
hersenstam kun je dus vergelijken met een telefooncentrale, die de
informatie binnenkrijgt en weer doorstuurt.
Bij een whiplash is de hersenstam overbelast. Hierdoor kan de hersenstam
niet meer goed functioneren. Hierdoor zullen er ook problemen ontstaan
bij de zenuwen. Om bij vergelijking van de telefooncentrale te blijven,
de telefooncentrale is overbelast en daardoor zullen sommige telefoons
ook niet meer goed werken. Bij een overbelaste telefooncentrale is van
te voren moeilijk te voorspellen welke telefoons niet goed zullen
functioneren.
Dit verklaart waarom de ene persoon met een whiplash meer last heeft
van zijn schouders en de ander juist last heeft van zware armen. De
hersenstam is immers overbelast en daardoor zullen er storingen
ontstaan in het lichaam. Waar die storingen precies optreden, kun
je van te voren niet voorspellen. De een zal last krijgen van zijn
schouders, de ander van tintelingen in haar linkerarm.
De voortdurende alarmfase
Als je lichaam in gevaar is dan is het erop ingesteld om zo goed mogelijk
op de situatie te reageren. Op het moment dat er gevaar dreigt, worden
alle zintuigen geactiveerd opdat de omgeving zo goed mogelijk kan worden
opgenomen. M.a.w. je zintuigen staan helemaal op scherp, het lijf komt in
een alarmfase.
De meeste mensen kennen dit fenomeen wel. Het is onder andere merkbaar
als je valt. Soms lijkt het dan wel of dat je uren de tijd hebt om te
reageren. Dit komt omdat je zintuigen op scherp staan. De zintuigen zijn
zo actief, dat ze alles versneld opnemen, waardoor het lijkt of je extra
tijd hebt om te reageren. In een gevaarlijke situatie is het dan ook zeer
efficiënt dat de zintuigen extra worden geactiveerd. In vaktermen heet
dat de fight-flight reactie, de vecht-vlucht reactie. Het lichaam wordt
klaargemaakt om te reageren, ofwel vechten ofwel vluchten.
De hersenstam is verantwoordelijk voor deze reactie van het lichaam op
gevaar Het activeert de zintuigen om alert te zijn en brengt het lichaam
in staat van paraatheid. Bij iemand met een whiplash is dit systeem
verhoogd geactiveerd. Het alert zijn en op scherp staan, is voortdurend
aanwezig. M.a.w. het lichaam is voortdurend in verhoogde staat van
paraatheid. Een dergelijke vorm van paraatheid is in tijden van gevaar
zeer functioneel. Echter als het lichaam voortdurend op scherp staat,
wordt het systeem snel overbelast.
Het gevolg ervan is dat er teveel op iemand afkomt. Alles wat om de
persoon gebeurt, wordt extra opgenomen. Het is hierbij goed voor te
stellen dat dit op het lange duur teveel wordt. Mensen met een whip1ash
hebben dan ook vaak last van harde geluiden, scherp licht of meerdere
gesprekken door elkaar heen. Dit is goed verklaarbaar door het overbelaste
alarmsysteem. Als je immers alles wat er om je heen gebeurt extra scherp
opneemt, dan is fel licht of hard geluid al snel teveel. Iemand met een
whiplash zal zich dan ook in een gesprek volledig op iemand focussen.
Als er dan iemand tussendoor komt dan zal zijn aandacht zich daar dan
weer op richten. Met als gevolg dat hij volledig de draad kwijt is.
Achtergrondgeruis wordt door iemand met een whiplash ook extra scherp
waargenomen en zal hem of haar sneller afleiden dan iemand zonder whiplash.
Advies:
Voor iemand met een whiplash is het belangrijk ervoor te zorgen dat er
niet teveel op hem of haar afkomt. In vaktermen heet het, dat iemand
moeite heeft met dubbeltaken. Iemand met een whiplash heeft dus moeite
om meer dan 1 ding tegelijk te doen.
Het is dus het beste om ervoor te zorgen, dat alleen dat in beeld is,
waar je ook mee bezig bent. M.a.w. als je aan het lezen bent of als je
met iemand aan het praten bent, doe dan niet de radio aan, ga er geen
andere dingen bij doen. Zorg ervoor dat er zo min mogelijk
achtergrondlawaai is. Een regelmatig leven met weinig verrassende dingen.
Maak duidelijke afspraken wanneer iemand langskomt, zodat je niet
overvallen wordt.
In het algemeen komt het erop neer dat je ervoor moet zorgen dat er
niet teveel om je heen gebeurt; er niet teveel op je afkomt. Hierdoor
wordt je minder snel overbelast en krijgt je lichaam tijd om te
herstellen. Pas als je lichaam weer herstellende is, kun je langzaam
gaan experimenteren om je activiteiten uit te breiden.
De Marathonloper
De allereerste marathonloper was een soldaat in dienst van het Griekse
leger. In 970 v Chr. was het Griekse leger in oorlog met de Perzen. Er
werd een grote slag geleverd bij het kustplaatsje Marathon. Deze slag
werd door de Grieken gewonnen en betekende uiteindelijk de totale
overwinning van de Grieken.
Onmiddellijk na het gevecht spurtte een soldaat van het Griekse leger
op weg naar Athene om het goede nieuws te brengen. De soldaat had zelfs
zoveel haast, dat hij niet eens de tijd nam om zijn wapenuitrusting af
te gooien. 42 kilometer en 195 meter verder kwam de soldaat aan bij de
legerleiding, alwaar hij het heuglijke nieuws meldde. Hierna viel hij
dood neer op de grond.
Wat is er nu gebeurd met deze soldaat?. Doordat hij zo vol was van het
nieuws, rende hij in één stuk door met maar één ding in zijn hoofd,
namelijk melden dat de overwinning was behaald. Hierbij hield hij totaal
geen rekening met zijn lichaam. Toen zijn missie was volbracht, kwam
zijn lijf pas aan bod, dat hem op drastische wijze confronteerde met
het feit dat hij over zijn grenzen was gegaan.
Alhoewel mensen met een whiplash niet plotseling doodvallen, hebben
zij wel te maken met een vergelijkbaar fenomeen. Mensen met een whiplash
kunnen namelijk ook niet meer goed aanvoelen wanneer zij hun grens hebben
bereikt.
Typisch voor een whiplash is dat je vaak pas achteraf voelt dat je te
ver bent gegaan. M.a.w. je bent ergens mee bezig en je hebt nergens
last van. Dan stop je of neem je even pauze en slaat de vermoeidheid toe.
De hersenstam die o.a. verantwoordelijk is voor de energiehuishouding
functioneert niet meer goed en dus geeft je lijf niet meer goed aan
wanneer het vermoeid wordt. Normaal gezien zorgt de hersenstam ervoor
dat de hoeveelheid energie die je verbruikt, de hoeveelheid energie
die je hebt, niet overschrijdt. Het lichaam geeft vanzelf aan wanneer
je je grens hebt bereikt en je zal automatisch stoppen omdat je moe
wordt.
Bij een whiplash is dit veel minder het geval. Mensen met een whiplash
merken vaak pas achteraf dat ze over hun grens zijn gegaan. Het lichaam
zendt maar minimale signalen uit zodat, het nauwelijks te merken is dat
je over je grens gaat. Achteraf moet je daar dan voor boeten en ben je
volledig uitgeteld.
Advies:
Doordat de hersenstam niet goed meer functioneert, kun je niet meer
goed voelen dat je over je grens gaat. Je kunt echter wel vaak weten
dat je over je grens gaat. Het is immers logisch dat in een stoel
zitten en naar muziek luisteren minder inspannend is dan het gras
maaien of de ramen lappen.
De kunst is nu om je activiteiten zo te verdelen dat je niet of
nauwelijks over je grenzen gaat. M.a.w. ervoor zorgen dat je niet
meer energie verbruikt, dan dat je hebt. Zeker in het begin houdt
dit in, dat je voor je eigen gevoel bijna niets doet. Als je er
echter vanuit gaat dat élke activiteit, zoals aankleden en eten,
energie kost en dat je maar heel weinig energie hebt, dan wordt het
logischer dat je "bijna niets" kan doen.
Geduld is in deze een schone deugd. Eén dag rustig aandoen zal nog
weinig veranderen. Als je het echter een maand lang rustig aandoet,
dan zul je merken dat je minder moe wordt. Hierdoor kun je je
activiteiten langzaam uitbreiden, waarbij je je grenzen nauwlettend
in de gaten houdt. Het is een moeilijke weg om te gaan, maar de
enige die leidt tot herstel.
Drs. A.M. Bovendeerd
Psycholoog
(bron: Whiplash rapport, 12e jaargang, nummer 2, September 2000
Whiplash Stichting Nederland)
[de niet-tekstgedeelten van dit bericht zijn verwijderd]